Gerede twijfel over de vertegenwoordigingsbevoegdheid
Gemachtigde heeft een 2 jaar oude machtiging overgelegd. Het is volgens het hof onduidelijk of in hoger beroep het doel van de machtiging, het verlagen van de WOZ-waarde, nog wordt gediend. Bovendien is niet uitgesloten dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid is beëindigd door herroeping van de machtiging. In samenhang met het tijdsverloop en de algemeen geformuleerde volmacht heeft het hof gerede twijfel over de vertegenwoordigingsbevoegdheid. De twijfel wordt niet weggenomen, doordat gemachtigde talloze (hoger)beroepsprocedures heeft gevoerd met inhoudelijk dezelfde machtiging. De stelling dat art. 3:61 lid 2 BW het hof de mogelijkheid biedt op de volmacht te vertrouwen, leidt niet tot een ander oordeel. Deze bepaling strekt immers ter bescherming van een derde, voor het geval een volmachtgever zich erop zou beroepen dat de gevolmachtigde niet vertegenwoordigingsbevoegd is om rechtshandelingen namens hem te verrichten. Die bepaling belet het hof niet om een recente volmacht te vragen.
Terug naar kennisbankDATUM:
03 april 2025
ECLI:
ECLI:NL:GHDHA:2025:563
ZAAKNUMMER:
24/281
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
