In verzet kunnen nieuwe argumenten naar voren worden gebracht
De rechtbank heeft de beroepen van X met toepassing van art. 8:54 Awb gegrond verklaard en de heffingsambtenaar opgedragen binnen 14 dagen alsnog een nieuwe uitspraak te doen, op straffe van een dwangsom. De rechtbank heeft het verzet hiertegen van de heffingsambtenaar ongegrond verklaard. In cassatie betoogt B&W van de gemeente Amsterdam terecht dat in verzet nieuwe argumenten naar voren kunnen worden gebracht als die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd bij een normale behandeling van de zaak. De heffingsambtenaar heeft aangevoerd dat de beroepschriften onredelijk laat zijn ingediend. Dit argument had de heffingsambtenaar ook nog tot en met de zitting kunnen aanvoeren indien een normale behandeling van de zaak had plaatsgevonden door de rechtbank. De Hoge Raad kan het verzet afdoen. Het beroep is ingesteld ruim 3,5 jaar nadat de eerste uitspraak in beroep onherroepelijk is geworden. De stukken van het geding geven geen aanwijzingen voor de oorzaak van dit lange tijdsverloop. Er bestaat zodanige twijfel over de juistheid van de tweede uitspraak in beroep, dat het daartegen gerichte verzet gegrond moet worden verklaard.
Terug naar kennisbankDATUM:
02 mei 2025
ECLI:
ECLI:NL:HR:2025:711
ZAAKNUMMER:
23/02737
INSTANTIE:
Hoge Raad
