X maakt hoofdverblijf in gemeente niet aannemelijk

X is eigenaar van een woning in de gemeente Vlissingen en staat in de BRP op het adres van die woning ingeschreven. De rechtbank oordeelt dat de combinatie van het rond enkele dagen gecentreerde uitgavenpatroon en het zeer lage gas-, elektriciteit- en waterverbruik maakt dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat de woning zijn hoofdverblijf was. X stelt dat hij en zijn echtgenote, die een woning elders heeft, een LAT-relatie hebben en dat hij regelmatig naar die woning gaat om bij zijn echtgenote te zijn. Hij blijft daar dan minimaal één nacht, onder meer om met zijn echtgenote te eten en om aldaar gebruik te maken van hun wasmachine, droger en strijkijzer. De woning in zijn woonplaats heeft niet de beschikking over een wasmachine en droger. Voorafgaand aan vakantie(s) verblijft X enkele dagen tot een week in de woning elders. Het hof overweegt dat dit erop wijst dat het middelpunt van het leven van X zich niet in de woning in de gemeente Vlissingen, maar in de woning elders bevindt. X betoogt dat de heffingsambtenaar ten onrechte de Nibud-normen voor gasverbruik hanteert zonder daarmee rekening te houden met het energielabel en/of de grootte van de woning en/of de afwezigheid of spaarzaam gebruik van apparaten. Hiermee miskent X dat het gasverbruik slechts één van de omstandigheden is waaraan de heffingsambtenaar toetst of het aannemelijk is dat iemand hoofdverblijf heeft in de gemeente.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.