Redelijke termijn voor verzoek om een nieuwe WOZ-beschikking overschreden

9 jaar na het overlijden van erflaatster verzoekt X om een WOZ-beschikking op grond van art. 26 Wet WOZ. Het hof oordeelt dat, hoewel de termijn om een dergelijk verzoek te doen uit de wettekst is verwijderd, dit niet betekent dat het verzoek niet aan de redelijke termijn is gebonden. Uit de wetgeschiedenis volgt niet dat de mogelijkheid werd gecreëerd om zonder enige tijdsbeperking een beschikking aan te vragen. Zo volgt uit art. 2 lid 5 Uitvoeringsbesluit Wet WOZ dat een onherroepelijke WOZ-waarde binnen 5 jaar kan worden herzien. Volgens het hof kan niet meer worden gesproken van een redelijke termijn.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.