Heffingsambtenaar heeft omstandigheden belastingplicht onvoldoende in kaart gebracht
X is eigenaar van een recreatiepark met 147 vakantiewoningen. X laat de woningen op het park beheren en verhuren door X B.V. Het onderhoud wordt door een andere B.V. gedaan. De vakantiewoningen worden verhuurd aan diverse uitzendorganisaties, die de woningen gebruiken voor de huisvesting van buitenlandse werknemers. De heffingsambtenaar van de gemeente Aa en Hunze heeft diverse aanslagen toeristenbelasting opgelegd aan verschillende partijen, waaronder X, uitzendorganisaties en X B.V. Niet in geschil is dat X B.V. handelt namens X, en dat die handelingen aan X kunnen worden toegerekend. De rechtbank leidt uit de stukken af dat X en X B.V. geen bemoeienis hebben met de plaatsing van de arbeidsmigranten in de vakantiewoningen, geen verblijfsregister bijhouden, geen (uiteindelijk) sleutelbeheer uitvoeren of schoonmaak doen. De uitzendbureaus zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de inventaris en voor het toezicht op het park en hebben daarvoor huismeesters en technisch personeel in het park rondlopen. De rechtbank constateert dat de heffingsambtenaar heeft nagelaten alle omstandigheden in kaart te brengen en heeft zodoende niet inzichtelijk kunnen maken hoe de verschillende partijen zich in de (feitelijke) situatie tot elkaar verhouden. De rechtbank kan de conclusie van de heffingsambtenaar, dat X de meeste bemoeienis bij de huisvesting van de arbeidsmigranten heeft, dan ook niet volgen.
Terug naar kennisbankDATUM:
19 november 2024
ECLI:
ECLI:NL:RBNNE:2024:4498
ZAAKNUMMER:
23/2589 en 23/2590
INSTANTIE:
Rechtbank Noord-Nederland
