Heffingsambtenaar niet geslaagd in bewijslast verzending herstelbrief
De heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag heeft bij brief vastgesteld dat belanghebbendes bezwaar niet van gronden was voorzien en heeft gelegenheid gegeven tot herstel van dit verzuim.
De Hoge Raad overweegt dat de heffingsambtenaar aannemelijk dient te maken dat het verzoek tot het herstel van het verzuim is verzonden naar het juiste adres (vgl. HR 15 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ4416). Indien het een stuk betreft dat niet aangetekend is verzonden, zoals in dit geval, kan de heffingsambtenaar dat bewijs leveren door een administratie over te leggen waaruit blijkt dat en op welke datum het stuk is verzonden (vgl. ABRvS 10 februari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL3338). Hetgeen de heffingsambtenaar omtrent de verzending van de brief in het verweerschrift bij het hof heeft uiteengezet, heeft betrekking op activiteiten tot het tijdstip van de gestelde verzending. Daaruit blijkt niet dat die verzending daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Het oordeel van het hof is daarom onvoldoende gemotiveerd. Verwijzing moet volgen.
DATUM:
12 juli 2019
ECLI:
ECLI:NL:HR:2019:1175
ZAAKNUMMER:
18/03304
INSTANTIE:
Hoge Raad
