Heffing naar verschillende grondslagen toegestaan
Aan X zijn door de heffingsambtenaar van de gemeente Sint-Michielsgestel voor de afvalstoffenheffing afzonderlijke aanslagen voor het vaste en variabele deel opgelegd. Het hof heeft de laatste (voor het aantal ledigingen) vernietigd, omdat uit de verordening niet voldoende duidelijk volgt of sprake is van een tijdvak- of tijdstipheffing. De A-G concludeerde dat het niet in strijd met art. 217 Gemeentewet is dat de Verordening niet vermeldt dat de belasting per lediging wordt geformaliseerd door per jaar één aanslag op te leggen naar het aantal ledigingen in dat jaar (nieuwsservice 2024, week 22, ECLI:NL:PHR:2024:513). Volgens de Hoge Raad verzet geen rechtsregel zich ertegen dat een belasting, die wordt geheven naar verschillende grondslagen, voor de ene grondslag over een tijdvak wordt geheven en voor de andere grondslag naar een tijdstip. Ook belastingschulden ter zake van dezelfde heffing die op verschillende tijdstippen of in verschillende tijdvakken zijn ontstaan, kunnen door middel van één belastingaanslag worden geformaliseerd, tenzij uit de toepasselijke wettelijke regeling in dit opzicht een beperking voortvloeit. Een zodanige beperking doet zich hier niet voor. Verder staat art. 239 lid 1 Gemeentewet toe dat verschillende voor eenzelfde belastingplichtige bestemde belastingaanslagen van dezelfde soort op één aanslagbiljet worden verenigd, ook indien het gaat om aanslagen die op verschillende grondslagen berusten en die niet hetzelfde tijdvak of tijdstip betreffen. Anders dan het hof heeft aangenomen, gaat art. 217 Gemeentewet niet zo ver dat in deze wijze van formalisering van belastingschulden in een belastingverordening moet zijn voorzien. Met het oog op een behoorlijke heffing of invordering is dit niet noodzakelijk, en het tijdstip van beëindiging van de heffing is hierbij niet aan de orde.
Terug naar kennisbankDATUM:
25 oktober 2024
ECLI:
ECLI:NL:HR:2024:1534
ZAAKNUMMER:
23/02119
INSTANTIE:
Hoge Raad
