Geen hoorplicht voor nevenvorderingen
De inspecteur is volledig tegemoet gekomen aan het bezwaar tegen de naheffingsaanslag Bpm. X betoogt dat de inspecteur de hoorplicht heeft geschonden doordat hij niet is gehoord over zijn verzoek om proceskostenvergoeding en immateriële schadevergoeding.
De Hoge Raad overweegt dat de beslissing op bezwaar de uitkomst vormt van de heroverweging van het primaire besluit door het bestuursorgaan. Voordat op het bezwaar wordt beslist, moet het bestuursorgaan volgens art. 7:2 lid 1 Awb belanghebbenden in de gelegenheid stellen te worden gehoord. Indien het bestuursorgaan volledig aan het bezwaar tegemoet komt, kan het echter op grond van art. 7:3, aanhef en letter e, Awb afzien van het horen. Omdat de behandeling van het bezwaar strekt tot heroverweging van het primaire besluit, moet worden aangenomen dat deze uitzondering ziet op gevallen waarin het bestuursorgaan volledig tegemoet komt aan het bezwaar dat tegen dat primaire besluit is gemaakt. In het kader van dat bezwaar gedane bijkomende verzoeken behoren niet tot de grondslag van het bezwaar tegen het primaire besluit. Het bestuursorgaan is dan ook niet op grond van art. 7:2 Awb verplicht belanghebbenden in de gelegenheid te stellen daarover te worden gehoord.
DATUM:
25 oktober 2019
ECLI:
ECLI:NL:HR:2019:1619
ZAAKNUMMER:
18/04694
INSTANTIE:
Hoge Raad
