Gemeente mag vermogensgrens kwijtschelding niet zelf verhogen
De gemeenteraad van Utrecht heeft, in afwijking van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, het totale bedrag aan financiële middelen verhoogd tot de vermogensgrens die in de Participatiewet wordt gehanteerd. Bij koninklijk besluit is het raadsbesluit vernietigd door de Kroon. De gemeenteraad heeft hiertegen beroep ingesteld. De Afdeling overweegt dat art. 12 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 bepaalt welk vermogen buiten beschouwing wordt gelaten bij de beoordeling of voor een belastingaanslag kwijtschelding kan worden verleend. Het maximumverhogingsbedrag waarmee het vermogen, dat niet meetelt als vermogen bij het bepalen van het recht op kwijtschelding, mag worden verhoogd, is vastgelegd in art. 4 Uitvoeringsregeling. Uit art. 255 Gemeentewet valt af te leiden dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een gesloten stelsel waarin de mogelijkheden van de gemeenteraad om eigen regels vast te stellen, begrensd zijn. Het raadsbesluit is dan ook in strijd met wat de wetgever heeft bedoeld en het algemeen belang. Het wijzigingsbesluit van de gemeente is door de Kroon terecht vernietigd omdat het strijdig is met wet en algemeen belang.
Terug naar kennisbankDATUM:
11 september 2024
ECLI:
ECLI:NL:RVS:2024:3674
ZAAKNUMMER:
202400721/1/A2
INSTANTIE:
Raad van State
