Meestbiedende gegadigde zou de onroerende zaak voor woondoeleinden willen verwer-ven
Belanghebbende is eigenaar van een woning die in gebruik is als kantoor. Naar het oordeel van het hof heeft de heffingsambtenaar van de gemeente De Marne aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Met de matige staat van onderhoud van het pand en de omstandigheid dat de meestbiedende koper die de onroerende zaak als woning in gebruik zou willen nemen, werkzaamheden zou moeten (laten) verrichten om deze voor zelfbewoning of verhuur als woning geschikt te maken, is voldoende rekening gehouden.
Het standpunt van belanghebbende dat de onroerende zaak moet worden gewaardeerd als niet-woning, vindt geen steun in het recht. Niet in geschil is dat de onroerende zaak volgens het bestemmingsplan een woonbestemming heeft. Bij de bepaling van de WOZ-waarde moet worden uitgegaan van verkoop van de zaak, vrij opleverbaar, aan de meestbiedende gegadigde, die de zaak in de staat waarin deze zich bevindt wil verwerven voor de bestemming die hem goeddunkt (vgl. HR 22 april 1981, ECLI:NL:HR:1981:AW9620). Niet in geschil is dat de meest-biedende gegadigde de onroerende zaak voor woondoeleinden zou willen verwerven. Mitsdien is de onroerende zaak terecht als woning gewaardeerd. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen (art. 80a Wet RO).
DATUM:
07 februari 2014
ECLI:
ECLI:NL:HR:2014:266
ZAAKNUMMER:
13/05104
INSTANTIE:
Hoge Raad
