Civiele procedure WOZ-waarde, formele rechtskracht

De curatoren van X hebben de gemeente gedagvaard en gevorderd dat de WOZ-waarden voor 2011 t/m 2019 moeten worden verminderd. De rechtbank heeft de WOZ-waarde voor 2016 t/m 2018 aangepast. In hoger beroep stelt de gemeente dat de rechtbank ten onrechte een uitzondering op het beginsel van de formele rechtskracht heeft aangenomen. Het hof gaat er, conform de leer van de formele rechtskracht, in beginsel vanuit dat de beschikkingen rechtmatig zijn. Het hof beoordeelt wel of de heffingsambtenaar verplicht was de beschikkingen ambtshalve te verminderen op grond van art. 2 Uitvoeringsbesluit Wet WOZ. Het woord ‘blijkt’ in art. 2 Uitvoeringsbesluit betekent dat er geen twijfelmogelijkheid is. De gemeente behoort alleen tot vermindering over te gaan als volledig bewezen is dat de WOZ-waardering 20% te hoog is. In het door de curatoren ingebrachte taxatierapport wordt de koopsom in faillissement teruggeïndexeerd tot de waardepeildata. Het rapport geeft onvoldoende informatie om volledig bewezen te achten dat het pand voor de belastingjaren tenminste 20% te hoog is gewaardeerd. Het hof passeert het bewijsaanbod om een aanvullend rapport op te maken, omdat curatoren dit voor de mondelinge behandeling hadden kunnen doen. Bovendien zijn inmiddels 5 jaar verstreken. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.