Art. 30a lid 4 en 5 Wet WOZ hebben onmiddellijke werking
De gemachtigde van X verzoekt de rechtbank te bepalen dat de betaling van vergoedingen rechtstreeks aan haar dient plaats te vinden. X heeft in de machtiging de vordering vóór de totstandkoming van het nieuwe art. 30a lid 4 en 5 Wet WOZ gecedeerd. De rechtbank overweegt dat de wijze van betaling van vergoedingen rechtstreeks voortvloeit uit de wet. Volgens de rechtbank heeft de wetgever bij de totstandkoming van art. 30a lid 4 en 5 Wet WOZ oog gehad voor het door de gemachtigde gestelde discriminatieverbod, de contractsvrijheid en de regels betreffende gelijke behandeling. Er is geen overgangsrecht opgenomen, zodat de bepalingen van toepassing zijn op alle uitbetalingen van vergoedingen die worden gedaan vanaf 1 januari 2024. Een voor die datum door X getekende machtiging (met cessie) maakt dit niet anders.
Terug naar kennisbankDATUM:
10 april 2024
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2024:2515
ZAAKNUMMER:
21/3599
INSTANTIE:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
