Geen termijnoverschrijding bij achterwege blijven rechtsmiddelverwijzing
De Rechtbank Maastricht heeft het beroep wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het verzet daartegen ongegrond verklaard en heeft daartoe geoordeeld dat het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing bij het besluit, behoudens bijzondere omstandigheden, op zichzelf onvoldoende is om termijnoverschrijding verschoonbaar te achten, en voorts dat het niet beschikken over juridische deskundigheid niet een dergelijke bijzondere omstandigheid vormt.
De Hoge Raad overweegt dat bij de totstandkoming van artikel 6:11 van de Awb over het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing onder meer is opgemerkt (Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, blz. 131): "Indien verzuimd is die mededeling te doen of indien daarbij fouten zijn gemaakt zal - zeker nu die mededelingsplicht wettelijk wordt voorgeschreven - de belanghebbende veelal niet weten dat er (reeds) sprake is van een besluit dat vatbaar is voor bezwaar of beroep. Bemerkt hij dat eerst later, dan zal een termijnoverschrijding verschoonbaar kunnen zijn. Een en ander zal overigens mede afhangen van de deskundigheid die de belanghebbende bezit." Nu het op de weg van het bestuursorgaan en van de rechter ligt om duidelijkheid te (doen) verschaffen omtrent een genomen besluit of uitspraak en daartegen openstaande rechtsmiddelen, mogen de gevolgen van het ontbreken van die duidelijkheid in beginsel niet voor rekening van de belanghebbende komen. Indien een rechtsmiddelverwijzing achterwege is gebleven en de belanghebbende aanvoert dat als gevolg daarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest, dient niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding derhalve achterwege te blijven.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het verzet tegen de uitspraak van de rechtbank gegrond.
DATUM:
19 maart 2010
ECLI:
ECLI:NL:HR:2010:BL7954
ZAAKNUMMER:
08/00958
INSTANTIE:
Hoge Raad
