Onduidelijkheid over hoofdverblijf
De heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland heeft een brief overgelegd waarin de gemachtigde, Bartels, in de procedure over 2019 verklaart dat X in 2020 niet in de gemeente woonde. Ter zitting heeft X uitdrukkelijk gesteld dat deze verklaring onjuist is, buiten haar om is gedaan en dat zij zelfs niet op de hoogte was van die procedure. Pas ter zitting heeft zij kennis genomen van de uitspraak van de rechtbank over 2019 en zij heeft nimmer enig bedrag als vergoeding voor immateriële schade ontvangen. De rechtbank zal die verklaring voor 2020 buiten beschouwing laten. De heffingsambtenaar heeft uit de aangifte toeristenbelasting (349 overnachtingen in 2020) en de bankafschrijvingen van X, afgeleid dat X de woning meerdere keren per jaar heeft verhuurd en er om die reden geen sprake is van permanente eigen bewoning. De rechtbank constateert dat het uitgavenpatroon zoals dat blijkt uit de bankafschrijvingen geen eenduidig beeld laat zien voor wat betreft de plaats waar X in 2020 haar dagelijkse boodschappen heeft gedaan. Het verbruik van energie en water geeft evenmin een eenduidig beeld. X heeft haar woning meer dan incidenteel verhuurd aan derden zodat deze woning niet geldt als haar permanente verblijf. De aanslag forensenbelasting is terecht opgelegd.
Terug naar kennisbankDATUM:
27 december 2023
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2023:8944
ZAAKNUMMER:
21/4825
INSTANTIE:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
