Aan niet-overleggen zaakstukken kan worden voorbijgegaan

X stelt dat de heffingsambtenaar een aantal brieven als op de zaak betrekking hebbende stukken bij de rechtbank had moeten inbrengen. Het hof overweegt dat aan het niet-overleggen kan worden voorbijgegaan. Het hof acht zich, gelet op wat partijen over de brieven hebben aangevoerd, daarover voldoende geïnformeerd. X wordt hierdoor niet in zijn processuele positie benadeeld, want hij beschikt zelf over de stukken. Ook had X de stukken zelf aan de rechtbank kunnen verstrekken. Het enkele feit dat in de wet is bepaald dat een van beide partijen stukken aan de rechter moet verstrekken, ontneemt de andere partij niet het recht om bij te dragen aan een zo volledig mogelijke informatie van de rechter (nieuwsservice 2022, week 23, ECLI:NL:GHDHA:2022:836). De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.