Conclusie A-G, overgangsrecht niet van toepassing

X is netbeheerder van een gasleidingnetwerk in Uitgeest. De gemeenteraad heeft in november 2019 beraadslaagd over de mogelijkheid om over 2016 en 2017 alsnog over kabels en leidingen te heffen om daarmee het budget 2020 te dekken. Eind december 2019 zijn aan X alsnog aanslagen 2016 en 2017 opgelegd naar het in 2016 geldende tarief voor de restcategorie overige voorwerpen. Nutsnetwerken werden in 2016 niet als afzonderlijke categorie voorwerpen genoemd in de verordening. Hof Amsterdam achtte de aanslag 2017 alleen geldig voor de tijdsspanne tot 1 juli. Het hof achtte de aanslag 2017 voor de tweede jaarhelft ongeldig, nu het overgangsrecht eist dat de op 10 februari 2016 geldende verordening een bepaling voor nutsnetwerken bevatte. Een tarief voor een restcategorie volstaat dan niet. De gemeente stelt in cassatie dat de tekst van de overgangsbepaling duidelijk is en heffing toestaat ook als de tariefbepaling geen categorie nutsnetwerken noemt. A-G Wattel ziet geen tegenstelling tussen de wettekst en diens parlementaire geschiedenis. Volgens hem volgt uit de wettekst niet dat een algemeen tarief voor een onbepaalde restcategorie voorwerpen voldoende zou zijn, moet een uitzondering op het verbod, gezien diens strekking, beperkt worden uitgelegd, en is de parlementaire geschiedenis juist beslissend. Voorwaarde voor toegang tot het overgangsregime is een in februari 2016 vigerend tarief voor nutsnetwerken. Anders zou het overgangsrecht ook geen overgangsrecht zijn: dan zouden (bijna) alle gemeenten kunnen doorgaan met heffen tot 2020, en zou de wetgever het verbod simpelweg op 1 januari 2020 hebben doen ingaan. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.