Niet aannemelijk dat een rechtsmiddelverwijzing ontbrak
Aan X is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. X heeft tegen die aanslag bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Volgens de Hoge Raad brengt de door de heffingsambtenaar in acht te nemen zorgvuldigheid mee dat hij niet het bezwaar niet-ontvankelijk mocht verklaren voordat hij X in de gelegenheid had gesteld zich uit te laten over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Dat is niet anders indien het bezwaar is ingediend door een beroepsmatig optredende gemachtigde. Het andersluidende oordeel van het hof berust op een onjuiste rechtsopvatting.
Het hof heeft verder geoordeeld dat niet aannemelijk is dat een rechtsmiddelverwijzing ontbrak op de naheffingsaanslag. X heeft in het beroepschrift en ook bij een latere mogelijkheid bij de rechtbank niet op dat ontbreken gewezen. De heffingsambtenaar heeft een afschrift overgelegd van de achterzijde van naheffingsaanslagen die in 2016 werden verzonden, waarop staat bij wie en binnen welke termijn bezwaar kan worden gemaakt.
De Hoge Raad overweegt dat het hof hiermee kennelijk heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar op het aanslagbiljet duidelijkheid heeft verschaft omtrent het genomen besluit en het daartegen openstaande rechtsmiddel. Mede omdat het hof gelet op het procesverloop en de gedingstukken geen geloof heeft gehecht aan de verklaring van X dat op het door hem ontvangen aanslagbiljet een rechtsmiddelverwijzing ontbrak. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk.
DATUM:
18 oktober 2019
ECLI:
ECLI:NL:HR:2019:1595
ZAAKNUMMER:
19/00551
INSTANTIE:
Hoge Raad
