Heffingsambtenaar diende afschrift van gegevens te verstrekken, geen matiging proceskostenvergoeding
De heffingsambtenaar stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij art. 40 lid 2 Wet WOZ heeft geschonden, omdat hij de door X gevraagde stukken ter inzage heeft gelegd voorafgaand aan het hoorgesprek. In het arrest van 18 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1052 heeft de Hoge Raad overwogen dat de wetgever de in art. 40 lid 2 Wet WOZ opgenomen verplichting welbewust ter verbetering van de rechtsbescherming in de plaats heeft laten komen van het oorspronkelijk opgenomen inzagerecht. X heeft een voldoende specifiek verzoek gedaan tot het verstrekken van gegevens. De heffingsambtenaar was daarom gehouden een afschrift van die gegevens te verstrekken. X klaagt erover dat de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 heeft toegekend. Het hof ziet in de omstandigheid dat het beroep alleen voor wat betreft de schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ gegrond was, geen aanleiding om de proceskostenvergoeding te matigen. Het geschilpunt over de toezendplicht was niet van ondergeschikt belang en er is een inhoudelijk debat gevoerd of hieraan was voldaan. Een matiging van de proceskosten zou dan te veel afbreuk doen aan de werkbelasting van de rechtsbijstandverlener en het belang van de zaak.
Terug naar kennisbankDATUM:
05 september 2023
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2023:7558
ZAAKNUMMER:
22/01721
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
