Logeerhuis voor families zieke kinderen is een woning

De heffingsambtenaar van BghU stelt dat het logeerhuis weliswaar in hoofdzaak tot woning dient, maar dat toch geen sprake is van een woning. Hij stelt dat alleen familieleden van zieke kinderen kunnen verblijven, dat de familieleden zich niet op dat adres kunnen inschrijven, dat zij geen huisdieren kunnen meenemen en dat zij er enkel, tegen betaling, kunnen verblijven gedurende de periode waarin het zieke kind is opgenomen. De onroerende zaak heeft niet het uiterlijk van een woning, is niet in een woonomgeving gelegen en heeft de ruimtelijke bestemming maatschappelijke gezondheidszorg. Het hof overweegt dat, als delen van een onroerende zaak naar aard en inrichting zowel bestemd als geschikt zijn om enigszins duurzaam voor menselijke bewoning te dienen en de woonfunctie overheersend is, deze tot woning dienen, ongeacht of dat deel feitelijk duurzaam wordt bewoond. Nu niet in geschil is dat de onroerende zaak gelet hierop in hoofdzaak tot woning dient, is geen sprake van een niet-woning.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.