Geen proceskostenvergoeding voor bezwaar na ambtshalve vermindering
De heffingsambtenaar van de gemeente Nijmegen heeft bij ambtshalve beschikking de WOZ-waarde verminderd. Hierna heeft X bezwaar gemaakt, dat gegrond is verklaard, waarna de WOZ-waarde en de aanslag OZB overeenkomstig de ambtshalve beschikking zijn verminderd. Het verzoek om een bezwaarkostenvergoeding is afgewezen. Het hof overweegt dat wanneer bezwaar wordt gemaakt tegen de waarde nadat deze bij ambtshalve besluit is verminderd, de WOZ-beschikking na ambtshalve vermindering het bestreden besluit is. Hieruit volgt dat het bezwaar ongegrond is en de heffingsambtenaar het bezwaar ten onrechte gegrond heeft verklaard. Voor een bezwaarkostenvergoeding bestaat geen aanleiding (nieuwsservice 2022, week 14, ECLI:NL:GHARL:2022:1284). De Hoge Raad overweegt dat de bevoegdheid tot het geven van een WOZ-beschikking impliceert dat de heffingsambtenaar die beschikking bij gebleken onjuistheid ambtshalve kan herzien, mits de belanghebbende daardoor niet wordt benadeeld. Het Uitvoeringsbesluit is geen beletsel om een bevoegdheid tot ambtshalve vermindering van een nog niet onherroepelijk geworden WOZ-beschikking aan te nemen. Na ontvangst van het bezwaarschrift kon de heffingsambtenaar ervan uitgaan dat het was gericht tegen de WOZ-beschikking zoals die na zijn toezegging was komen te luiden. Bij de uitspraken op bezwaar is de WOZ-waarde niet verder gewijzigd. Onder deze omstandigheden heeft het hof terecht geoordeeld dat de behandeling van het bezwaar niet heeft geleid tot herroeping van de WOZ-beschikking wegens een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid.
Terug naar kennisbankDATUM:
07 juli 2023
ECLI:
ECLI:NL:HR:2023:1056
ZAAKNUMMER:
22/01074
INSTANTIE:
Hoge Raad
