Waardering door overheidsinstanties gebruikt kantoorgebouw
Aan belanghebbende is een WOZ-beschikking afgegeven voor een kantoorgebouw dat in gebruik is bij twee overheidsinstanties. Belanghebbende stelt dat het hof met haar oordeel dat de hoofdregel uit het Pieperschuurarrest niet van toepassing is, heeft miskend dat voor de toepassing van die hoofdregel niet relevant is of een onroerende zaak in de commerciële sfeer wordt gebezigd, maar of het een courant object betreft.
De Hoge Raad overweegt dat art. 17 lid 3 Wet WOZ bepaalt dat de waarde van een onroerende zaak, voor zover die niet tot woning dient, moet worden gesteld op de gecorrigeerde vervangingswaarde in alle gevallen waarin deze hoger is dan de waarde in het economische verkeer. De rechtsregel uit het Pieperschuurarrest houdt mede in dat voor een niet in de commerciële sfeer gebezigde onroerende zaak niet op de enkele grond dat de onroerende zaak courant is, kan worden aangenomen dat de gecorrigeerde vervangingswaarde niet afwijkt van de waarde in het economische verkeer. De hierop betrekking hebbende klacht berust op een andere opvatting en faalt. Gelet hierop moet worden uitgegaan van het oordeel van het hof dat geen (andere) marktpartij in staat zou zijn de onroerende zaak met een uitsluitend winstoogmerk rendabel te verhuren, vanwege de hoge stichtingskosten en de in de markt haalbare huuropbrengst. Het oordeel van het hof dat de gecorrigeerde vervangingswaarde van de onroerende zaak zelfstandig (waarmee kennelijk is bedoeld: onafhankelijk van de waarde in het economi-sche verkeer) moet worden bepaald, is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motive-ring.
DATUM:
09 juli 2019
ECLI:
ECLI:NL:HR:2019:1231
ZAAKNUMMER:
18/02353
INSTANTIE:
Hoge Raad
