Rechter is gehouden ambtshalve onderzoek te doen naar de ontvankelijkheid

Het Hof ’s-Gravenhage heeft belanghebbendes hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betaald zijn van het griffierecht. Het Hof heeft bij de in cassatie bestreden uitspraak het verzet ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft gesteld dat hij de nota griffierecht niet heeft ontvangen. Naar vaste rechtspraak in belastingzaken is voor het vellen van een bewijsoordeel door de rechter geen plaats indien het gaat om een stelling die geen bewijs behoeft, zoals een stelling van een partij die door de wederpartij is erkend, althans niet is betwist (zie HR 1 april 2005, nr. 39 689, LJN AT3023, BNB 2005/315). Deze regel is door de Hoge Raad ook toegepast op stellingen die van belang zijn voor de beoordeling door de rechter van de ontvankelijkheid van een bij hem ingesteld rechtsmiddel, zoals de stelling dat een beroepschrift of een verzetschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd (zie HR 8 juli 2005, nr. 39 773, LJN AT8940, BNB 2006/50, en HR 8 juli 2005, nr. 41 150, LJN AT8946, BNB 2006/51).
De consequentie hiervan is dat de rechter, indien een belanghebbende een dergelijke stelling inneemt, niet kan overgaan tot een met die stelling onverenigbare niet-ontvankelijkverklaring van het beroep of het verzet zonder het bestuursorgaan in het geding te betrekken. De Hoge Raad vindt aanleiding om hierop terug te komen.
De Hoge Raad is van oordeel dat de rechter in belastingzaken bij de beoordeling of een bij hem ingesteld rechtsmiddel ontvankelijk is, gehouden is ambtshalve onderzoek te doen naar de aannemelijkheid van feiten die door een partij in dat verband worden aangevoerd, ook indien die gestelde feiten door de wederpartij worden erkend of niet worden betwist. Dit brengt mee dat het Hof terecht heeft onderzocht of belanghebbendes stelling met betrekking tot de uitreiking van de nota griffierecht aannemelijk is geworden, ook al was deze stelling door de heffingsambtenaar niet weersproken. Het Hof was niet gehouden om, alvorens hierover een oordeel te geven, de heffingsambtenaar alsnog in het geding te betrekken. Het oordeel van het Hof over de aannemelijkheid dat de nota griffierecht aan het adres van belanghebbende is uitgereikt, berust op een aan het Hof voorbehouden waardering van het bewijs en kan daarom in cassatie niet op juistheid worden onderzocht. Dit oordeel is met de verwijzing naar van TNT Post afkomstige informatie voldoende gemotiveerd. Het Hof was niet gehouden tot een nader onderzoek met betrekking tot de vraag aan welke persoon de nota griffierecht is uitgereikt.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.