Ongelijke behandeling van gelijke gevallen

X stelt met een beroep op het gelijkheidsbeginsel dat de waarde moet worden verlaagd. Met betrekking tot de aanwezigheid van het oogmerk tot begunstiging oordeelt het hof dat de woningen nr. 6 en nr. 8, allebei van X, voldoende vergelijkbaar zijn om te beoordelen of de inwerkingtreding van het bestemmingsplan invloed heeft op de waarde van de woning. Het gaat er hierbij niet om of de woningen identiek zijn, maar of de woning een specifiek kenmerk gemeen hebben waarbij de voor de waardebepaling van belang zijnde fout is gemaakt. X stelt dat hij op dezelfde gronden bezwaar heeft gemaakt tegen de WOZ-waarden. Na een bespreking heeft de heffingsambtenaar het bezwaar tegen de waarde van nr. 8 gegrond verklaard. X wees al in zijn bezwaarschrift t.a.v. nr. 6 op de ongelijke behandeling. De waarde van nr. 8 is na de verlaging in belastingjaar 2019, buiten de trendmatige stijging, niet naar boven aangepast. Volgens het hof heeft X een ongelijke behandeling van gelijke gevallen aannemelijk gemaakt. X heeft voor nr. 6 recht op dezelfde begunstigende behandeling als voor nr. 8. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.