Aan aanwijzingsbesluit gebaseerd op oude Verordening is rechtsgrond ontvallen

De heffingsambtenaar van de gemeente Vijfheerenlanden vermeldt in de uitspraak op bezwaar dat het bezwaar niet-ontvankelijk is, maar vervolgens is, onder besluit, het bezwaar ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank kan dit niet worden opgevat als een kennelijke verschrijving. De heffingsambtenaar is inhoudelijk ingegaan op de bezwaargrond van X en is tot een heroverweging van het besluit is gekomen. De heffingsambtenaar heeft op grond van art. 6:6 Awb de discretionaire bevoegdheid om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Uit de constatering in de uitspraak dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend, kan dus niet zonder meer worden afgeleid dat het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank beoordeelt vervolgens of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd. De aanwijzing van de parkeergebieden is niet in een verordening opgenomen, maar in een apart aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit is gebaseerd op de oude Verordening parkeerbelastingen die is ingetrokken. Met de intrekking van die Verordening is aan het daarop gebaseerde aanwijzingsbesluit de rechtsgrond komen te ontvallen. Op het moment dat X parkeerde bestond er dus geen geldig besluit waarin voldoende duidelijk is aangegeven waar tegen betaling met een parkeervergunning moest worden geparkeerd. Er is daarom onvoldoende juridische basis voor het opleggen van de naheffingsaanslag. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.