Verlenen van rechtsbijstand is voor gemachtigde geen beroepsmatige bezigheid

 De heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum heeft het verzoek van X om vergoeding van kosten van rechtskundige bijstand, afgewezen, omdat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De heffingsambtenaar was niet gehouden om X in de gelegenheid te stellen om te bewijzen dat zij gebruik heeft gemaakt van beroepsmatige bijstand door een derde. X heeft hiervoor de bewijslast. In beroep wijst de heffingsambtenaar er onder meer op dat de gemachtigde de ex-partner is van X en stelt dat er geen sprake is van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening. De gemachtigde is als belastingadviseur vastgoed en waarderingen in loondienst werkzaam. Tevens is gemachtigde docent op het terrein van de Wet WOZ en schrijft annotaties bij rechterlijke uitspraken. X heeft met gemachtigde de afspraak gemaakt dat deze de procedure zal voeren, maar dat een eventuele proceskostenvergoeding aan hem toekomt. Gemachtigde verklaart dat hij in zijn aangiften inkomstenbelasting, naast zijn inkomen uit dienstbetrekking, in ieder geval de laatste vijf jaar geen (overige) inkomsten uit het verlenen van rechtsbijstand heeft genoten. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat het verlenen van rechtsbijstand voor gemachtigde geen beroepsmatige bezigheid is.

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.