BIZ-bijdrage is niet in strijd met VWEU en EVRM
In geschil is of de heffing van de BIZ-bijdrage in strijd is met het vrij verkeer van kapitaal, personen, goederen en diensten als bedoeld in het VWEU dan wel het bepaalde in art. 1 Eerste Protocol EVRM. Het hof overweegt dat bij de BIZ-heffing geen onderscheid wordt gemaakt tussen binnenlandse en buitenlandse eigenaren of gebruikers. Van schending van een verkeersvrijheid kan daarom geen sprake zijn. De heffing van belastingen betekent in beginsel een inmenging in het door art. 1 EP gegarandeerde ongestoorde genot van eigendom. De BIZ-bijdrage heeft een basis in de Wet BIZ en de Verordening, dus nationaal recht, dat voldoende toegankelijk, precies en voorzienbaar is in de uitoefening en vergezeld gaat van procedurele garanties voor effectieve betwisting van de rechtmatigheid van de inbreuk. Het heffen van belastingen in het algemeen belang voldoet in beginsel aan het vereiste van een legitiem doel. De wetgever heeft met de BIZ-bijdrage, gelet op de hem toekomende ruime beoordelingsmarge, de vereisten van ‘fair balance’ niet geschonden (nieuwsservice 2022, week 34, ECLI:NL:GHDHA:2022:1425). De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO.
Terug naar kennisbankDATUM:
24 maart 2023
ECLI:
ECLI:NL:HR:2023:451
ZAAKNUMMER:
22/03263
INSTANTIE:
Hoge Raad
