Rechtbank vraagt wetgever einde te maken aan te hoge proceskostenvergoedingen in Mulderzaken
X is het niet met de verkeersboete eens en heeft een gemachtigde ingeschakeld. De feitcode moet worden gewijzigd, maar de verkeersboete zelf is terecht. De kantonrechter kan aan de samenleving niet uitleggen dat de gemachtigde hiervoor bijna € 1.300 proceskostenvergoeding ontvangt – gemeenschapsgeld – terwijl zijn inspanningen gering zijn. Art. 2 lid 2 Bpb mag slechts worden toegepast als een betrokkene op een punt van ondergeschikt belang gelijk krijgt. De kantonrechter vindt het evident dat wijziging van de feitcode een punt van ondergeschikt belang is en vermindert de proceskosten tot € 100. Voor een eventueel hoger beroep merkt de kantonrechter aanvullend op dat het hem ambtshalve bekend is dat er bureaus bestaan die specifiek of mede zijn opgericht om in Mulderzaken op basis van het principe no cure no pay als gemachtigde op te treden. Er worden grote hoeveelheden Mulderberoepen ingesteld waarin het enkel en alleen om de proceskostenvergoeding lijkt te gaan. Soms weten burgers niet eens dat hun gemachtigde de zaak bij de kantonrechter heeft bepleit en verloren, wordt stelselmatig de ontvangst van brieven van rechtbanken ontkend en worden negatieve kwalificaties over kantonrechters vermeld. De kantonrechter vindt dit een zorgelijke ontwikkeling. De Wet Mulder is bedoeld om de werklast van OM en rechterlijke macht terug te dringen, maar daarvan ziet de kantonrechter nauwelijks iets terug. Dit alles gaat ten koste van een effectieve rechtsbescherming van de burger. Burgers zijn mondig om in een Mulderzaak zonder gemachtigde de vinger op de zere plek te leggen. Het is aan de wetgever om op structurele wijze een einde te maken aan de te hoge proceskostenvergoedingen in Mulderzaken.
Terug naar kennisbankDATUM:
17 maart 2023
ECLI:
ECLI:NL:RBDHA:2023:3370
ZAAKNUMMER:
242417622
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
