Matiging proceskostenvergoeding en verzoek aan Hoge Raad
Toen X het beroepschrift tegen de uitspraak op het bezwaar tegen de watersysteemheffing indiende, had ze al een beroep tegen de WOZ-waarde ingediend. X had dat simpelweg in haar beroepschrift kunnen vermelden. In plaats daarvan stuurt X brieven aan de rechtbank waar nagenoeg geen touw aan is vast te knopen. De zaak had als kennelijk gegrond buiten zitting kunnen worden afgedaan. Dit had toekenning van 1 punt met een zeer licht gewicht van 0,25 gerechtvaardigd. De rechtbank stelt de proceskostenvergoeding op € 209,25 vast. De rechtbank wil, gehoor gevend aan de oproep om te wijzen op knellende rechtspraak (van hogere rechters), wijzen op het volgende. Procedures als deze kunnen worden vermeden als een belanghebbende in plaats van beroep in te stellen de heffingsambtenaar kan bellen, hem op zijn vergissing kan wijzen en deze vervolgens de bevoegdheid heeft om die vergissing te herstellen door de uitspraak op bezwaar in te trekken, wat deze nu volgens rechtspraak niet kan. Mede met het oog op verlichting van de grote werkdruk binnen de rechterlijke macht wil de rechtbank de Hoge Raad met gepaste eerbied in overweging geven om deze rechtspraak nog eens tegen het licht te houden.
Terug naar kennisbankDATUM:
24 februari 2023
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2023:797
ZAAKNUMMER:
22/172
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
