Prematuur ingediend beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard
X heeft de heffingsambtenaar van de BSGR verzocht om een medebelanghebbendebeschikking. Die heeft het verzoek bij beschikking afgewezen. X heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft het beroepschrift opgevat als een bezwaar tegen de beschikking en het bezwaar afgewezen. X heeft de uitspraak op bezwaar opgevat als een verweerschrift, en heeft niet opnieuw beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het hof overweegt dat de rechtbank heeft verzuimd het beroepschrift op grond van art. 6:15 lid 2 Awb door te zenden naar de heffingsambtenaar. Deze heeft dit verzuim hersteld door het beroepschrift als bezwaarschrift tegen de beschikking aan te merken. De heffingsambtenaar heeft dit ook bij e-mailbericht en in het verweerschrift aan de gemachtigde van X en de rechtbank kenbaar gemaakt. Het is aannemelijk dat X door de schending van de doorzendplicht niet is benadeeld. Het hof gaat met toepassing van art. 6:22 Awb aan dit gebrek voorbij. Het beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Terug naar kennisbankDATUM:
13 december 2022
ECLI:
ECLI:NL:GHDHA:2022:2822
ZAAKNUMMER:
21/00967
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
