Terecht van horen afgezien bij kennelijk ongegrond bezwaar

X stelt dat hij in de bezwaarprocedure ten onrechte niet is gehoord. De heffingsambtenaar van BghU licht toe dat het aanslagbiljet betrekking heeft op de rioolheffing, afvalstoffenheffing en zuiveringsheffing. De bezwaargronden van X zien alleen op de vaststelling van de WOZ-waarde. Daarom is het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Uit de uitspraak op bezwaar blijkt dat in een eerdere brief expliciet is aangegeven dat het betwisten van de WOZ-waarde niet kan leiden tot een wijziging van de rioolheffing, afvalstoffenheffing en zuiveringsheffing. X heeft hierop niet gereageerd. De heffingsambtenaar heeft terecht met toepassing van art. 7:3 aanhef en onder b Awb van het horen afgezien en het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.