Mantelzorgwoning is afzonderlijk object

X stelt dat de heffingsambtenaar de vrijstaande boerderij en de recreatiewoning ten onrechte als afzonderlijke objecten heeft gewaardeerd. Beide moeten volgens het hof als twee gebouwde eigendommen in de zin van art. 16 onderdeel a Wet WOZ worden aangemerkt. De vrijstaande boerderij wordt bewoond door X en de eveneens vrijstaande recreatiewoning is in gebruik is bij de dochter van X. Daarmee is niet voldaan aan de in onderdeel d opgenomen voorwaarde dat sprake moet zijn van dezelfde gebruiker. De mantelzorg door zijn dochter maakt niet dat het gebruik van de recreatiewoning moet worden toegerekend aan de gebruiker van de woning. X respectievelijk zijn dochter wonen namelijk ieder afzonderlijk zelfstandig in de eigendommen. De boerderij en de recreatiewoning behoren daarom ook niet naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.