Heffingsambtenaar moet keuze maken wie belastingplichtig is
De heffingsambtenaar van BSOB heeft, ter behoud van rechten, naast aan belanghebbenden ook aanslagen opgelegd aan een vakantiepark en een (verondersteld) verhurende B.V. voor overnachtingen van arbeidsmigranten op het park. Dit steeds voor dezelfde belastbare feiten en belastingjaren, en deze aanslagen na het maken van bezwaar gehandhaafd. De rechtbank oordeelt dat dit niet kan. Het na de bezwaarfase niet maken van een keuze door de heffingsambtenaar is in strijd met de in de verordeningen neergelegde eis dat de heffingsambtenaar moet vaststellen wie belastingplichtig is, en met zorgvuldige besluitvorming. Dat de diverse partijen in de bezwaarprocedure (telkens) andere feiten stellen en daarmee elkaar tegenspreken of simpelweg weigeren informatie te verstrekken, maakt een onderzoek er niet gemakkelijker op. Dat doet er echter niet aan af dat de heffingsambtenaar de nodige kennis omtrent de relevante feiten moest vergaren. Bovendien heeft de heffingsambtenaar bevoegdheden, waaronder het opleggen van de verplichting om informatie te verstrekken, al dan niet gevolgd door een informatiebeschikking. Het risico van een foute keuze ligt bij de heffingsambtenaar. De rechtbank wijst de zaak terug naar de heffingsambtenaar om opnieuw uitspraak te doen op de bezwaren.
Terug naar kennisbankDATUM:
07 februari 2023
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2023:509
ZAAKNUMMER:
21/2852
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
