Dwangsom bij verzoek om ambtshalve vermindering
Als op haar verzoek om ambtshalve vermindering van een aanslag gemeentelijke heffingen geen reactie komt, stelt X BsGW in gebreke. De heffingsambtenaar vermindert de aanslag, maar kent geen dwangsom toe. De kantonrechter wijst de vordering van X tot betaling van de dwangsommen af. De P-G heeft beroep in cassatie in het belang der wet ingesteld. De Hoge Raad overweegt dat de dwangsomregeling van toepassing is op iedere beschikking op een aanvraag in de zin van art. 1:3 lid 3 Awb. Het verzoek van X is zo’n aanvraag. Uit art. 4:17 Awb volgt niet dat deze bepaling alleen betrekking heeft op besluiten in de vorm van een voor bezwaar vatbare beschikking. Aangezien haar verzoek om toekenning van een dwangsom betrekking had op een niet voor bezwaar vatbare beschikking, brengt art. 4:19 lid 1 Awb mee dat de bestuursrechter geen oordeel kon geven over het niet-nemen van een dwangsombeschikking. Voor niet-ontvankelijkverklaring door de burgerlijke rechter was geen plaats. De kantonrechter had de vordering van X dus moeten toewijzen, door BsGW te veroordelen tot betaling van een overeenkomstig art. 4:17 Awb vast te stellen dwangsom.
Terug naar kennisbankDATUM:
03 februari 2023
ECLI:
ECLI:NL:HR:2023:134
ZAAKNUMMER:
21/03856
INSTANTIE:
Hoge Raad
