Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt niet
Aan X, een woningbouwvereniging, zijn door de heffingsambtenaar van de BsGW aanslagen rioolheffing opgelegd. In beroep betoogt X dat sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel doordat garageboxen, loodsen, objecten in aanbouw en onbebouwde percelen, in strijd met de Verordening buiten de rioolheffing zijn gelaten. De rechtbank overweegt dat onbebouwde percelen en objecten in aanbouw over het algemeen niet voldoen aan de voorwaarde van een (in)directe aansluiting op de gemeentelijke riolering. De heffingsambtenaar erkent dat sprake kan zijn van garageboxen (niet bij een woning gelegen) die ten onrechte niet in de rioolheffing worden betrokken. Dit leidt echter nog niet tot schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat niet is gebleken van een gevoerd begunstigend beleid of een oogmerk van begunstiging. Ook is niet aannemelijk geworden dat in andere, met X vergelijkbare gevallen, is afgezien van heffing van rioolrecht. Ook het hof oordeelt dat het beroep van X op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO.
Terug naar kennisbankDATUM:
16 december 2022
ECLI:
ECLI:NL:HR:2022:1890
ZAAKNUMMER:
21/04395
INSTANTIE:
Hoge Raad
