Houden verblijf tegen vergoeding
Belanghebbende drijft een camping in de gemeente Schouwen-Duiveland. Zij verhuurt tegen vergoeding standplaatsen voor caravan, tent, camper en blokhut. De te betalen vergoeding is afhankelijk van het aantal personen, met dien verstande dat voor kinderen onder de zes jaar geen vergoeding is verschuldigd. Op grond van de Verordening is het houden van verblijf tegen vergoeding in welke vorm dan ook belast. Het Hof stelt vast dat er voor kinderen onder de zes jaar geen vergoeding verschuldigd is en dat er daarom geen sprake is van het houden van verblijf, tegen vergoeding in welke vorm dan ook in de zin van de Verordening. Het Hof heeft de aanslag verminderd.
Bij de Verordening is geen nadere toelichting opgenomen. Hieruit volgt volgens de gemeente dat zij niet heeft willen afwijken van de modelverordening van de VNG. In cassatie wordt door de gemeente aangevoerd dat uit de toelichting bij de modelverordening volgt dat de bepaling “tegen vergoeding” opgenomen is om te voorkomen dat het logeren bij familie of bekenden ook belast zou worden. De kinderen verblijven echter met hun ouders in een mobiel kampeeronderkomen. De gemeente stelt dat het in is strijd is met het doel en strekking van de Verordening om de kinderen buiten de heffing te laten.
De Hoge Raad oordeelt dat er ten aanzien van de kinderen onder de zes jaar geen sprake is van het houden van verblijf tegen vergoeding, in welke vorm dan ook. De toelichting op de modelverordening van de VNG dwingt niet tot een ander oordeel. Daaruit kan niet worden afgeleid dat voor iedere overnachting door personen van buiten de gemeente - ook zonder dat daarvoor in enigerlei vorm een vergoeding wordt betaald - toeristenbelasting is verschuldigd, tenzij deze personen zonder vergoeding overnachten bij familie of kennissen. Het beroep van de gemeente wordt verworpen.
DATUM:
25 februari 2005
ECLI:
ECLI:NL:HR:2005:AS7919
ZAAKNUMMER:
39 129
INSTANTIE:
Hoge Raad
