Erkenning van onrechtmatigheid van de heffing door de heffingsambtenaar
De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard ter zake van een verzoek om schadevergoeding over WOZ-beschikkingen 1995 tot en met 2013. Uit brieven van de heffingsambtenaar uit 2018 blijkt onmiskenbaar dat wordt erkend dat de WOZ-waarden te hoog zijn vastgesteld. Voor de uitzondering op het beginsel van de formele rechtskracht geldt evenwel het vereiste dat de erkenning van de onrechtmatigheid van de heffing plaatsvindt vóór het verstrijken van de termijnen voor het aanwenden van de openstaande bestuursrechtelijke rechtsmiddelen. X stelt subsidiair dat de omstandigheid dat de heffingsambtenaar bij wijze van ‘listige kunstgrepen’ onjuiste WOZ-beschikkingen aan X heeft gestuurd, een bijzondere omstandigheid vormt die inbreuk maakt op de leer van de formele rechtskracht. Het hof overweegt dat, nog daargelaten dat van listige kunstgrepen niet is gebleken, de aanwezigheid daarvan geen bijzondere omstandigheid vormt op grond waarvan de formele rechtskracht van de WOZ-beschikkingen zou moeten worden doorbroken.
Terug naar kennisbankDATUM:
13 september 2022
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2022:7917
ZAAKNUMMER:
21/00702
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
