Wegingsfactor is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk
De heffingsambtenaar heeft in het verweerschrift het hof verzocht het hoger beroep van X gegrond te verklaren, de uitspraak op bezwaar te vernietigen, en de zaak terug te wijzen. Het hof heeft zich hierbij aangesloten. Bij de berekening van de proceskostenvergoeding heeft het hof een wegingsfactor van 0,25 toegepast. X klaagt dat het hof niet zonder nadere motivering een wegingsfactor van 0,25 mocht toepassen. De Hoge Raad overweegt dat aan het arrest van 23 september 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BT2293), niet de conclusie kan worden verbonden dat de wegingsfactor uitsluitend kan worden bepaald aan de hand van de “bewerkelijkheid en de gecompliceerdheid van de zaak en de daarmee verband houdende werkbelasting van de rechtsbijstandverlener“. Volgens de in dat arrest aangehaalde toelichting op het Bpb wordt dit gewicht tevens bepaald door “het – al dan niet in geld uit te drukken – belang” dat met het aanwenden van het rechtsmiddel was gemoeid. Een en ander brengt met zich mee dat de vaststelling van de gewichtscategorie waarin een zaak valt, berust op waarderingen van feitelijke aard.
Terug naar kennisbankDATUM:
09 september 2022
ECLI:
ECLI:NL:HR:2022:1162
ZAAKNUMMER:
21/05173
INSTANTIE:
Hoge Raad
