Kantoorruimte op verdieping vormt geen samenstel met bovengelegen verdieping

X is eigenaar van een kantoorpand met 20 bouwlagen. De heffingsambtenaar heeft verdieping 0 en verdieping 17 als onderdeel van een object “Meerdere gebruikers” afgebakend. X bepleit dat deze delen conform de huurovereenkomsten pro rato aan de diverse te onderscheiden objecten moeten worden toegerekend. De rechtbank begrijpt dat het X gaat om afsluitbare delen van een verdieping die niet zelf beschikken over de noodzakelijke voorzieningen maar die gebruik kunnen maken van de ‘privé’ voorzieningen die aanwezig zijn op de door dezelfde huurder in gebruik zijnde hele verdieping(en) elders in het pand. Deze afsluitbare delen zijn voor de voorzieningen daarom niet aangewezen op de ‘openbare’ voorzieningen van de verdieping, aldus X. De rechtbank overweegt dat X hiermee miskent dat op grond van art. 16 Wet WOZ voor een samenstel met de andere bij dezelfde huurder in gebruik zijnde verdieping(en) in ieder geval is vereist dat elk gedeelte eerst als zelfstandig moet kunnen worden aangemerkt, en dat hiervoor de noodzakelijke voorzieningen zich binnen het afsluitbare gedeelte moeten bevinden. Dat maakt dat de door de heffingsambtenaar gehanteerde uitgangspunten voor de objectafbakening juist zijn.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.