Geen sprake van een gezin of van een leefeenheid bij kamerverhuur

In geschil is of de woning die gebruikt wordt voor kamerverhuur als bedrijfsruimte of als woonruimte moet worden aangemerkt. De kamers vormen geen afzonderlijke woonruimte, omdat deze niet over de daarvoor noodzakelijke voorzieningen zoals een badkamer, toilet en/of keuken beschikken. Dan moet worden beoordeeld of de gehele onroerende zaak als een woonruimte moet worden aangemerkt die ten dienste staat van een gezin of daarmee gelijk te stellen andere leefeenheid. Hier is geen sprake van een gezin of van een leefeenheid. Elke bewoner heeft een eigen huurcontract op basis waarvan hij een kamer en de gemeenschappelijke voorzieningen huurt. Afgezien van het verblijf in dezelfde onroerende zaak en de gemeenschappelijke ruimten heeft X onvoldoende aangevoerd om aan te nemen dat de bewoners een gezamenlijke huishouding voeren.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.