Verbindendheid tarief omslag gebouwd
De heffingsambtenaar van het hoogheemraadschap van Rijnland heeft aan belanghebbende een aanslag waterschapsomslag 2008 gebouwd opgelegd. De rechtbank ’s-Gravenhage heeft het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende is in hoger beroep gekomen.
In geschil is of het in de omslagverordening opgenomen tarief van de omslag gebouwd verbindend is. De VV heeft besloten het tarief ten opzichte van het voorgaande belastingjaar te verlagen van € 0,36 naar € 0,35.
Het hof overweegt dat van belang is of aan belanghebbende het recht toekomt tegen het
VV-besluit, dat is aan te merken als een algemeen verbindend voorschrift, beroep in te stellen. Artikel 8:2 van de Awb bepaalt dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift. Dit brengt mee dat het rechtsmiddel van bezwaar niet openstond voor de bezwaren die belanghebbende heeft tegen de tariefstelling, tenzij moet worden geoordeeld dat een regeling is getroffen die in strijd is met enig algemeen rechtsbeginsel, in welk geval het VV-besluit onverbindend moet worden verklaard. Tot de niet ontvankelijkverklaring van het bezwaar als door de heffingsambtenaar bepleit, kan dit evenwel niet leiden aangezien bij gegrondbevinding van belanghebbendes klachten de aanslag in de waterschapsomslag tot een te hoog bedrag zou zijn vastgesteld. Het hanteren van het voormelde tarief kan niet worden gekenschetst als onredelijk of willekeurig. Verder is er geen grond voor het oordeel dat bij het vaststellen van de hoogte van het tarief en bij de overige voor het besluit gemaakte noodzakelijke keuzen in strijd is gehandeld met enig algemeen rechtsbeginsel. Het hof heeft het hoger beroep ongegrond verklaard (nieuwsservice 2010, week 19).
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81 RO.
DATUM:
15 april 2011
ECLI:
ECLI:NL:HR:2011:BQ1243
ZAAKNUMMER:
10/02361
INSTANTIE:
Hoge Raad
