Ten onrechte geheven voor afvoer neerslag via grindkoffer
X heeft een unit in een complex op een bedrijventerrein. Het object is niet aangesloten op het gemeentelijk riool, maar voert door middel van een regenpijp hemelwater af in een zogenaamde grindkoffer. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat het hemelwater van het perceel het grondwater ook bereikt. De heffingsambtenaar stelt dat bij extreme neerslag de grindkoffers het hemelwater niet kunnen verwerken en dat in dat geval (noodgedwongen) gebruik moet worden gemaakt van de gemeentelijke riolering. X heeft erop gewezen dat de kans hierop zeer klein is. Volgens de rechtbank is doorslaggevend dat X zich van hemelwater ontdoet door dat af te voeren op een rioleringsvoorziening die van de gemeente is. De rechtbank is echter van oordeel dat de term “voorziening” in de verordening, in combinatie met de omschrijving van het belastbare feit (“aangesloten”), duidt op het daadwerkelijk aangesloten zijn op het buizenstelsel van de riolering. Daarvan is geen sprake. De Gemeentewet staat het heffen van rioolheffing ook in het geval van X toe, maar de verordening heeft een beperktere reikwijdte die dat in dit geval verhindert.
Terug naar kennisbankDATUM:
20 mei 2022
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2022:2024
ZAAKNUMMER:
21/2480 en 22/726
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
