Meerderheidsregel bij aangiftebelastingen

Belanghebbende heeft voor 9 kwartalen vermakelijkheidsretributie voldaan op aangifte. Het hof heeft de beroepen van belanghebbende gegrond verklaard (nieuwsservice 2010, week 49).
Op het cassatieberoep van B&W overweegt de Hoge Raad dat een bestuursorgaan de meerderheidsregel schendt als het in de meerderheid van de vergelijkbare gevallen waarmee het bekend is, expliciet of impliciet een juiste wetstoepassing achterwege laat. Van dat laatste is sprake indien naheffing achterwege blijft hoewel de verschuldigde belasting niet (volledig) is betaald, maar het bestuursorgaan wel over alle benodigde gegevens beschikt om een naheffingsaanslag te kunnen opleggen. Ook een belanghebbende kan het bestuursorgaan die gegevens verstrekken. Het hof heeft echter niet vastgesteld of bij de door belanghebbende gesignaleerde potentiële retributieplichtigen inderdaad sprake was van belastingplicht en ook niet of de heffingsambtenaar over alle benodigde gegevens beschikte om de wet juist toe te passen en hij desondanks naheffing achterwege heeft gelaten. De Hoge Raad merkt verder nog op dat de groep van vergelijkbare gevallen wordt gevormd door degenen die zich net als belanghebbende bezig houden met het exploiteren van vaartuigen voor het maken van een rondvaart als gedefinieerd in de verordening. Verder wordt opgemerkt dat voor de meerderheidsregel bij aangiftebelastingen ook geldt dat gevallen waarin een juiste wetstoepassing achterwege is gebleven vanwege het geringe financiële belang, niet meetellen.
Op het incidentele beroep van belanghebbende overweegt de Hoge Raad dat uit het oordeel van het hof dat zee- en riviercruiseschepen in hoofdzaak tot doel hebben om passagiers van en naar Amsterdam te vervoeren, volgt dat die zich dus niet bezig houden met het exploiteren van vaartuigen voor het maken van een rondvaart als gedefinieerd in de verordening. Ze tellen daarom niet mee als vergelijkbare gevallen.
Op het cassatieberoep van belanghebbende overweegt de Hoge Raad dat indien blijkt dat teruggaaf van op aangifte voldane retributie moet worden verleend, ook rentevergoeding moet plaatsvinden. Omdat bij zo’n teruggaaf van vermakelijkheidsretributie niet een wettelijke regeling van toepassing is, moet worden aangenomen dat schade in de vorm van rentenadeel is geleden waarop de regeling van de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) van toepassing is.
De Hoge Raad verwijst het geding ter verdere behandeling.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.