Stijging liggeld niet willekeurig of onredelijk
Een aantal woonbootbewoners heeft een procedure tegen de gemeente Amsterdam aangespannen omdat zij de verhoging van het precariotarief vanaf 2020 te hoog vinden. De rechtbank oordeelt dat niet gebleken is dat de gemeenteraad bij het voorbereiden en vaststellen van de verordening de negatieve gevolgen van de tariefsverhoging voor de woonbootbewoners niet heeft betrokken. Uit de stukken blijkt juist dat wel gekeken is naar de gevolgen van de tariefverhoging voor de woonbootbewoners en dat hun belangen meegewogen zijn. Volgens de rechtbank is de stijging van het tarief hoog, maar daar staat tegenover dat het tarief sinds 1995 gemiddeld slechts met 12 eurocent per jaar is bijgesteld. De stijging van het tarief van 2019 naar 2020 is de uitkomst van een politiek proces geweest, waarbij de gemeenteraad rekening heeft gehouden met de gestegen grondprijzen en huurprijzen. De rechtbank vindt dat de uitkomst van dit proces (het tarief) niet leidt tot een willekeurige of onredelijke belastingheffing. De wettelijke opbrengstlimiet is niet van toepassing op de precariobelasting. Dat voor X niet duidelijk is waar de extra opbrengsten van de verhoging precies voor worden gebruikt, staat niet aan heffing in de weg.
Terug naar kennisbankDATUM:
26 april 2022
ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2022:2233
ZAAKNUMMER:
20/5753 e.a.
INSTANTIE:
Rechtbank Amsterdam
