Berekening ter onderbouwing van de kapitalisatiefactor is niet noodzakelijk
X betoogt dat de huurwaarde is opgebouwd uit allerlei onderdelen en dat de waarde van die onderdelen enkel een schijnzekerheid geeft. De rechtbank overweegt dat enkel de totale huurwaarde ter toetsing staat. De heffingsambtenaar onderbouwt de huurwaarde met een verwijzing naar het eigen huurcijfer van 1 mei 2012. De rechtbank vindt dit bruikbaar omdat dat het huurcijfer van de onroerende zaak zelf is, terwijl het voor een hotel (als dit) moeilijk is om andere huurcijfers van vergelijkbare objecten te vinden. Omdat de heffingsambtenaar een huurwaarde aanhoudt die ruim onder het eigen huurcijfer zit, is de huurwaarde niet te hoog. Dat X inmiddels vanwege de coronacrisis de helft van de huur betaalt, is niet van belang. Begin 2020 was er nog geen sprake van een coronacrisis, laat staan op waardepeildatum 1 januari 2019. X stelt dat een berekening ter onderbouwing van de kapitalisatiefactor ontbreekt. Dit is echter ook niet noodzakelijk. In het huurcontract staat dat de huurder een optie tot koop heeft, met als voorwaarde dat dan 13 maal de geldende jaarhuur dient te worden betaald. Hieruit kan een kapitalisatiefactor van 13 worden afgeleid, terwijl een veel lagere factor is aangehouden.
Terug naar kennisbankDATUM:
23 februari 2022
ECLI:
ECLI:NL:RBROT:2022:2977
ZAAKNUMMER:
20/4183
INSTANTIE:
Rechtbank Rotterdam
