Bijzondere omstandigheden die toepassing art. 6:11 Awb rechtvaardigen
In 2008 heeft X een woning gekocht voor kamerverhuur aan vier studenten. Na telefonisch overleg met de heffingsambtenaar van gemeente Nijmegen is X erachter gekomen dat de woning bij de gemeente ten onrechte is geregistreerd als bedrijfswoning en dat de aanslagen reinigingsrecht daarom ten onrechte zijn opgelegd. De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van X tegen de aanslagen 2009 t/m 2020 niet-ontvankelijk verklaard. De aanslagen 2018, 2019 en 2020 zijn ambtshalve verminderd naar nihil. De rechtbank stelt vast dat op de aanslagbiljetten niet staat vermeld op welke juridische en feitelijke grondslag het reinigingsrecht is gebaseerd. De heffingsambtenaar stelt dat een ieder geacht wordt de wet te kennen. Hierbij verliest hij uit het oog dat X ook na raadpleging van de Verordening nog niet had kunnen weten waarom hij de aanslag had ontvangen. Van de onjuiste vermelding in de gemeentelijke administratie kon X niet op de hoogte zijn. X kan niet worden verweten dat hij geen nader onderzoek heeft gedaan en eerder bezwaar heeft gemaakt. Nu tussen partijen niet in geschil is dat X de reinigingsrechten ten onrechte heeft betaald, is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheden zodanig bijzonder zijn, dat het toepassen van art. 6:11 Awb is gerechtvaardigd. De termijnoverschrijding voor de aanslagen 2009 tot en met 2017 is verschoonbaar.
Terug naar kennisbankDATUM:
16 februari 2022
ECLI:
ECLI:NL:RBGEL:2022:810
ZAAKNUMMER:
21/1569
INSTANTIE:
Rechtbank Gelderland
