Het is nagenoeg onmogelijk de WOZ-waarde exact vast te stellen
X bepleit een hogere waarde dan is vastgesteld. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar van BghU is geslaagd in de op hem rustende bewijslast. De heffingsambtenaar verzet zich tegen de proceshouding van (de gemachtigde van) X, die eerst een lagere waarde bepleitte en vanaf de beroepsfase een hogere waarde. Het hof overweegt dat hieraan geen rechtsregel in de weg staat en dat dit ook niet innerlijk tegenstrijdig hoeft te zijn. De heffingsambtenaar kan echter in een positie worden gebracht waarin hij aannemelijk moet maken dat de WOZ-waarde exact op het juiste bedrag is vastgesteld. Anders dan bijvoorbeeld een aanslag inkomstenbelasting is de WOZ-waarde nagenoeg onmogelijk exact vast te stellen. De heffingsambtenaar wordt dan in een bijna onmogelijke bewijspositie gebracht. Het hof kan een dergelijke stellingname slechts toestaan indien de goede procesorde zich er niet tegen verzet. Nu het beroep van X ongegrond is, kan in het midden blijven of in dit geval de goede procesorde zich verzet tegen de nadere stellingname in beroep.
Terug naar kennisbankDATUM:
15 februari 2022
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2022:1078
ZAAKNUMMER:
20/00785
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
