Appartement met onzelfstandige kamer is geen woonruimte

X is eigenaar van een vijfkamerappartement waarvan een kamer wordt verhuurd aan een derde. De essentiële voorzieningen worden gedeeld met de onderhuurder. De heffingsambtenaar van RBG heeft het appartement voor de zuiveringsheffing als bedrijfsruimte aangemerkt. X stelt dat het een woonruimte is. Volgens het hof moet worden bezien of het gehele pand als woonruimte kan worden aangemerkt, wat slechts het geval is als het pand ten dienste staat van een gezin of daarmee gelijk te stellen andere leefeenheid. Dat laatste is niet gebleken. Het enkel gebruiken van de gezamenlijke ruimten en het vormen van een gezamenlijke pot voor uitgaven voor maaltijden, is niet voldoende. Dat er tussen X of zijn partner met de huurder enige andere betrekking of binding bestaat, is niet gebleken. Er is geen sprake van een woonruimte.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.