Navorderingsaanslag in verband met kenbare fout
Tussen de heffingsambtenaar van de gemeente Aa en Hunze en X is niet in geschil dat sprake was van een kenbare fout in de (primitieve) aanslag toeristenbelasting en dat het verschuldigde bedrag ten onrechte was berekend op € 222. Na constatering van deze fout heeft de heffingsambtenaar een aanslag opgelegd van € 19.440, in de vorm van een primitieve aanslag. De heffingsambtenaar stelt dat deze aanslag bedoeld was als een navorderingsaanslag, en dat het met X gesloten compromis erop neer kwam dat een “nieuwe” navorderingsaanslag zou worden opgelegd met expliciet de aanduiding “navorderingsaanslag”. Het hof acht dit geloofwaardig. Gelet op de voor X onmiskenbare samenhang tussen de intentie van de heffingsambtenaar de te weinig geheven toeristenbelasting na te vorderen bij wege van aanslag en de formalisering van die navordering op het latere biljet, moet deze (formele) navorderingsaanslag worden beschouwd als de conversie van de aanslag.
Terug naar kennisbankDATUM:
28 december 2021
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2021:11864
ZAAKNUMMER:
21/00063
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
