Wettelijke rente over proceskostenvergoeding

De rechtbank heeft het beroep van X tegen een verrekening ongegrond verklaard en een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het verzoek om een proceskostenvergoeding heeft de rechtbank afgewezen. Het hof heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam en de Minister voor Rechtsbescherming, ieder voor 50 procent, veroordeeld in de proceskosten voor de beroepsfase en de hoger beroepsfase. Het hof heeft het verzoek om vergoeding van wettelijke rente over de proceskostenvergoeding afgewezen. De Hoge Raad overweegt dat de rechter, indien een dergelijk verzoek wordt gedaan, bij de vaststelling van de verplichting tot vergoeding van proceskosten dient te beslissen dat, indien die vergoeding niet tijdig wordt voldaan, de wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum van de uitspraak van het hof. Het hof heeft dit verzuimd. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.