Geen objectieve en redelijke rechtvaardiging voor beperking heffing tot deel gemeente

Belanghebbende heeft gemotiveerd bestreden dat sprake is van een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het beperken van het heffingsgebied binnen de gemeente Hellendoorn.
Het hof overweegt dat een begroting ontbreekt op basis waarvan de verordening en de tarieven voor de reclamebelasting binnen die Verordening zijn vastgesteld. Voor zover ervan moet worden uitgegaan dat de begroting wordt gevormd door de door het ondernemersfonds opgestelde activiteitenagenda, overweegt het hof dat deze incompleet is, de maanden januari en februari ontbreken. Verder ontbreken bepaalde bedragen in de begroting of zijn deze onleesbaar gemaakt, zodat de optellingen niet kloppen of in ieder geval niet kunnen worden gecontroleerd. Belanghebbende heeft onweersproken en met stukken onderbouwd gesteld dat een bedrag is aangewend voor het Tattoofest dat buiten het heffingsgebied werd gehouden. Het hof merkt op dat de heffingsambtenaar, voor de ontbrekende onderdelen in de activiteitenagenda, expliciet geen beroep heeft gedaan op artikel 8:29 van de Awb. Tot slot is in de begroting elke maand € 2.000 aan vaste lasten opgenomen, zonder dat enig inzicht wordt gegeven in de aard van deze naar verhouding aanzienlijke vaste lasten. De activiteitenagenda kan niet worden aangemerkt als een deugdelijke begroting, die mede de basis kan vormen voor het aannemen van de Verordening en de tarieven binnen die Verordening. De eindafrekening, het financieel overzicht, die de basis vormde voor het toekennen van de definitieve subsidie aan het ondernemersfonds, biedt naar het oordeel van het hof onvoldoende inzicht in de aanwending van de subsidie. Enige aansluiting tussen de begroting en de eindafrekening ontbreekt. Gesteld noch aannemelijk is geworden of, en zo ja, in hoeverre de belastingplichtigen voor de reclamebelasting profijt hebben van het “Onderzoek winkelbestand” of de campagne “Op naar Nijverdal” en in hoeverre dit profijt niet ook in betekenisvolle mate toevloeit aan andere ondernemers, gevestigd buiten het belastinggebied. Hetzelfde geldt voor de posten “Modeshows”, “Shantyfestival” en “Sinterklaas en Kerst”. Belanghebbende heeft verder onweersproken gesteld dat de opbrengst van de reclamebelasting voor een gedeelte toevloeit aan individuele belastingplichtigen. Belanghebbende heeft daarbij gewezen op de bijdrage voor het plaatsen van TV-schermen aan X tijdens het WK voetbal. Verder heeft belanghebbende onweersproken gesteld dat de horeca-exploitatie rond de ijsbaan ook in handen is gegeven van X, zodat deze belastingplichtige onevenredig voordeel geniet van de activiteiten. Gelet hierop heeft de heffingsambtenaar niet aannemelijk gemaakt dat er een objectieve en redelijke rechtvaardiging is voor de beperking van de heffing van de reclamebelasting tot openbare aankondigingen in een gedeelte van de gemeente.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet?ontvankelijk, omdat het beroepschrift in cassatie niet de gronden van het beroep bevat.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.